Januari


januari

IJsberepoot

Nauwelijks was de dag aangebroken of Paulus kwam met een paar strootjes op te proppen. "We zullen het van de strootjes laten afhangen of we naar buiten gaan of niet," stelde hij voor. Paulus en Pieter deden allebei hun ogen stijf dicht, omdat het strootje trekken natuurlijk heel eerlijk moest gaan. Nadat Pieter een paar maal had misgegrepen, trok hij tenslotte allebei de strootjes tegelijk en die bleken toen ook nog precies even lang te zijn. Een ogenblik stonden de twee kabouters nogal beteuterd te kijken, maar toen barstte het boskaboutertje opeens in lachen uit. "Haha," schaterde hij, "dat is een goeie mop, waar of niet? Nou zijn we nog even ver."
"Alles goed en wel," bromde Pieter, "maar wat moeten we nu doen?" "Ons er niets van aantrekken", lachte Paulus. "Niet bang zijn, kom we gaan." En dus vertrokken de twee kabouters, maar zorgeloos waren ze niet, integendeel. Ze keken heel nauwkeurig naar de voetsporen in de sneeuw en van ieder spoor kregen ze de bibbertjes. Nu zijn er in zo'n bos altijd een heleboel sporen, van vogels, van muizen en konijntjes en eekhoorns.... "Ik zie ook sporen van vossen," fluisterde Pieter. "Wat doet dat er toe?" zei Paulus. "Het is heel begrijpelijk, dat een vos ook wel eens een wandelingetje wil maken, net als de andere dieren en net als wij."
"Dat kan wel wezen," mopperde Pieter, "maar ik vind het heel verdacht dat die vos precies heeft gelopen op de plekken waar wij ook willen lopen. Misschien probeert hij ons wel ergens heen te lokken."
"Och, kom," zei Paulus. "Jij haalt je van alles in je hoofd. Zolang er geen sporen van ijsberen zijn......"
Nauwelijks had Paulus dat gezegd, of Pieter bleef als aan de grond genageld staan. "P-p-p-paulus, hier staat er één. Ik was er al bang voor. Het sp-sp-spoor van een grote zware ijsbere-p-p-p-poot."
Paulus schrok er echt van. Een ogenblik meende hij dat Pieter gelijk had. Maar toen begon hij plotseling onbedaarlijk te giechelen.
"Pieter, je bent onverbetelijk. Je bent een heel mal soort kabouter. Dat voetspoor is niet van een grote, zware ijsberepoot, het is van mij! Dat heb je ervan, wanneer je als een hondje achter me aan loopt." "Ik geloof er niets van," riep Pieter, "ik wil naar huis. Het zit hier vol met ijsberen!"
Natuurlijk werd Pieter toen flink uitgelachen, maar Paulus moest hem aan zijn jasje vasthouden, anders was hij er zeker vandoor gegaan.
"En nou geen malligheid meer," zei paulus. "We letten gewoon niet meer op al die sporen!"


Lees nog een Januari verhaal.

©